Simple... isn't it?

Turks fruit

"Drie chai", roept Yushar, een oude reiziger die ik tegen kom in Battalgazi, of 'Oud' Malatya - de plaats waar abrikozen zich het eerst vestigden - als ik ga zitten op een eenvoudige stoel in de zalige Oosterse zon.

Modern Malatya is nu 11,4 km verwijderd van waar de abrikozenepidemie uitbrak. Malatya, dat honing betekent in het Hittitisch (een oude Turkse beschaving), is pas in 1838 gesticht nadat de stad Battalgazi was verwoest in een oorlog tegen de Egyptenaren in 1801. 

Yushar vertelt me over hoe de eerste abrikozen in Turkije kwamen in de 7e-8e eeuw. Omdat ze afkomstig zijn uit Syrië, zijn alle variëteiten die groeien in de regio genoemd naar Syrische handelaars die naar Malatya kwamen om abrikozen, kayisi in het Turks, te verkopen en te telen. Over de bergen en door de rivieren kwamen deze handelaars - bekend als Hachihalioglu, Kabashi, Songachi, Gevurasisi en Hudayi - over de Syrische grens om uit te groeien tot legendes in deze stad. Al deze namen zijn nu soorten abrikozen met verschillende vormen, maten, kleuren en pitten. 

Malatya verbouwt nu 50% van de verse abrikozen en 95% van de gedroogde abrikozen van Turkije. Maar nog veel indrukwekkender is dat deze stad 10-15 procent van de verse abrikozen en maar liefst 65 procent van de gedroogde abrikozen ter wereld produceert! De hele stad is extreem afhankelijk van de verkoop van deze fruitsoort. Malatya heeft ook een sterke textielindustrie, maar hoewel een van de grootste van Turkije, staat die in geen verhouding tot het inkomen dat binnenkomt door de abrikozen. 

Malatya biedt de perfecte omstandigheden voor dit fruit om te groeien. Net als bij elk gewas, zijn goede grond en het weer van groot belang. Abrikozen bloeien vroeg en zijn gevoelig voor vorst. Ze groeien daarom het beste tegen warme, beschutte, op het zuiden gerichte muren of vrijstaand in een mild klimaat. Abrikozen doen het goed op diepe, vochtvasthoudende, goed afwaterende, idealiter licht alkalische grond en hebben het zwaar op arme, ondiepe grond. De abrikozen in de regio worden geoogst in augustus, maar de bloeiperiode in maart is de tijd waarin door vorst de meeste schade kan optreden. Dit is waar de inwoners het meest mee bezig zijn. Als de temperaturen dalen, steken de boeren vuren aan om hun oogst te beschermen en hopen dat de kou weer wegtrekt zonder schade aan te richten.

Als ik door de stad loop valt me op hoe vol ze hangt met abrikozen op posters, standbeelden, kunst en allerlei spullen en snoepgoed gemaakt van abrikozen. Het is het enige waar de mensen over praten - de fruitopbrengst bepaalt de sfeer in de stad. 

Mijn charmante gastheer, Ismail Akbas, de eigenaar van een van de technologisch meest geavanceerde abrikozenexportbedrijven in de stad, vertelt me dat abrikozen zo'n belangrijke economische rol spelen in de gemeenschap dat men volledig geobsedeerd is met alles wat de oogst kan beïnvloeden.

Het is 1:30 uur 's nachts op 30 maart 2014. Ismail is wakker gebeld door zijn neef, Sachid Ozer. "Het is allemaal verloren", roept hij. "Alles is verloren!"  

Malatya heeft een bevolking van minder dan een half miljoen. Net als bij andere steden in landelijk gebied, is er een klein centrum met grote stukken akkerland, in dit geval gewijd aan de heilige abrikoos. 

 

Het land bestaat uit vele ondiepe dalen, gevuld met abrikozenbomen, aangezien dat de beste plek is voor de temperatuur van de lucht en voor de bestuiving. Malatya heeft soms te lijden onder extreme temperaturen: bitter koude winters en verschrikkelijk hete zomers. Maar op 30 maart staan Sachid en Ismail in de boomgaard te kijken naar de abrikozen, wetend dat de kleinste aanraking de bevroren vruchten met een plof op de grond zou doen vallen. 

"Steek het hout in brand", roept Akbas. Maar het is zinloos. Dit keer gaat het niet alleen om hoe koud het is, maar ook om waar het is gebeurd. "Normaal," legt Akbas uit, "komt de koude lucht van beneden door de strategische manier waarop de bomen zijn geplant in het dal. Maar dit keer kwam de koude lucht van boven. Het was een hopeloze situatie."

Elk jaar kost koud weer tot 30 procent van de oogst, maar dit keer kostte het 95 procent. Malatya produceerde slechts twee procent van de normale productie. Het wordt beschouwd als de slechtste oogst sinds de vorige keer dat zo'n vorst optrad, precies 100 jaar geleden in 1914. Handelaren, boeren en exporteurs in het hele land staan versteld; het is een van de sterkste exportproducten van Turkije. De gemeenschap is totaal verslagen.

Later die dag zit ik, in een prachtig decor van abrikozenboomgaarden die zich tot in de verte uitstrekken, na te denken over hoe sereen de Ottomaanse lucht is terwijl plaatselijke families worstelen met chaos. Ik word plots weer terug in het heden gebracht als Muzafar en zijn gezin bij me komen zitten. Muzafar is een tussenpersoon voor ongeveer 20 boeren in de omgeving. Ik vraag hem wat hij denkt over het waarom van de vorst.

Zijn antwoord is typisch voor de filosofische aard van de mensen van Malatya: "Het weer is de handen van Allah. We hebben een paar jaar lang overvloed gehad. We moeten nu hier doorheen om te beseffen en te waarderen wat we hebben. Niemand kon dit aan zien komen - het was een temperatuurdaling van een half uur! Het is Gods wil."

De mensen van Malatya zijn veerkrachtig en stoïcijns van aard. Dat helpt hen om om te gaan met deze tegenslag. Er is ook een groeiend besef dat een grotere variatie van gewassen misschien het risico kan spreiden en de stad minder afhankelijk zou maken van abrikozen. Daarom onderzoekt Muzafar nu ook de mogelijkheden van het verbouwen van moerbeien, druiven en honing.

Een licht briesje streelt mijn huid en ik voel me alsof ik hier eeuwig zou kunnen blijven. Muzafar brengt me wat heerlijke biologische honing uit zijn winkel - het blijkt tot mijn verrassing een compleet honingraat te zijn! Hij snijdt het als een taart en serveert het met wat brood, yoghurt en kaas. Het is overheerlijk. Romig en zoet, een beetje pittig door de kaas; ik sta versteld van hoeveel smaak in vier simpele ingrediënten kan zitten.

Ik reisde naar Malatya omdat ik wilde begrijpen hoe 30 minuten vorst op één dag in het jaar een hele abrikozenoogst kon verwoesten. Wat ik vond was een gemeenschap vol wijsheid en menselijkheid, die toont hoe kwetsbaar ons bestaan is, maar ook hoe veerkrachtig mensen zijn als ze geconfronteerd worden met tegenslag.